Nieuws Beleggen met geleend geld? Dit moet je weten!

Datum: 23 september 2015

Bij alle brokers in de wereld kan je op een margin account beleggen met geleend geld. Je belegt dan met meer geld dan je eigenlijk bezit, je hebt dan een hefboom. Het brengt dus extra risico met zich mee met een kans op extra rendement. Natuurlijk is dit een vrije keuze van de klant, immers je kan ook altijd met een cash account werken en dus beleggingskrediet uitzetten.

Kenmerken van het effectenkrediet

Effectenkrediet is een speciale vorm van krediet waarbij o.a. de waarde en samenstelling van de portefeuille bepaalt hoeveel krediet je als klant krijgt. Het totale kredietbedrag is dus flexibel. Iedere broker/bank heeft eigen voorwaarden voor dit krediet. Bij Today’s worden de voorwaarden bepaald door Interactive Brokers, waarbij voor alle partijen geldt dat de risico’s en de risicoperceptie ook een belangrijke factor is. Dus de marktomstandigheden en marktverwachtingen zijn mede bepalend voor de hoogte van het eventuele krediet.

Effectenkrediet is een doorlopend krediet, waarbij  een klant dus rood mag staan op de beleggingsrekening.

De effecten gelden als onderpand voor het effectenkrediet. Dit betekent dat de effecten uiteindelijk

verkocht kunnen worden als de klant meer leent dan is afgesproken of verstandig is gezien de inschatting van de bank of broker. De kredietlimiet is dus het bedrag dat aan krediet mag worden opgenomen en wordt bepaald door de waarde van de effecten welke zijn aangehouden op de beleggingsrekening.

Voor de aandelen zijn er standaard bevoorschottingsnormen van bijvoorbeeld 70%. Dit bedrag/percentage, kan continu fluctueren met de risicoperceptie van de betreffende riskmanager en is afhankelijk van de waarde, liquiditeit en de samenstelling van de beleggingsportefeuille. Over liquide en large cap aandelen en obligaties krijgt een klant maximaal 70% krediet van de koers die het laatst bekend is. Als het aandeel niet verhandelbaar is, kan er een inschatting over de waarde gemaakt worden.

Een klant neemt effectenkrediet op en komt dus rood te staan op zijn of haar rekening. Als klant moet je er rekening mee houden dat als koersen dalen de bestedingsruimte afneemt door waarde vermindering, maar ook nog eens beïnvloed kan worden door de risicoperceptie van de bank of broker. Een klant hoeft in normale marktomstandigheden het effectenkrediet niet af te lossen, echter de effecten gelden als onderpand voor het effectenkrediet en dus betekent dit dat de broker of bank je effecten zal verkopen als een klant meer leent dan wenselijk. De klant staat dan ongeoorloofd rood. Bij sommige banken krijgt de klant vijf werkdagen om zijn tekort aan te vullen. Bij Today’s moet je, zoals omschreven in de algemene voorwaarden van Interactive, per direct je tekort aanvullen of oplossen. Doe je dat niet, dan verkoopt de bank of broker een gedeelte of je gehele portefeuille totdat het tekort is opgeheven. Een klant moet dus rekening houden met gedwongen verkopen en dus een koersverlies in een betreffend effect als de broker de effecten moet verkopen.

Dit is standaard bij alle banken en brokers. Lees hier bijvoorbeeld het bevoorschottingstaatje van de ING.

De bank heeft meestal het recht om de voorwaarden van dienstverlening te wijzigingen. Een dalende aandelenkoers, wijziging van dekkingsvoorwaarden of een beëindiging van een effectenkredietovereenkomst kan betekenen dat een belegger het krediet geheel of gedeeltelijk dient terug te betalen. Bij een krediet tot het maximale dekkingspercentage kan dit leiden tot gedwongen verkoop van de beleggingsportefeuille door de bank, met alle gevolgen van dien.

De bestedingsruimte

De vraag is dus hoe kan je als belegger je bestedingsruimte berekenen en wat bepaalt nog meer deze ruimte? Allereest hoe kan je het berekenen? De bestedingsruimte is standaard de som van:

1. Het geldsaldo op je beleggingsrekening
2. Aangevuld met de actuele waarde van de je effectenportefeuille

Verminderd met mogelijke verplichtingen zoals:

3. Geblokkeerde bedragen (beslagleggingen, etc.)
4. Lopende aankooporders
5. Eventuele margin verplichting, ontstaan door het ongedekt schrijven van opties (calls en puts)
6. Eventuele baissepositie (short posities)

 Hoe werkt effectenkrediet?

Stel je hebt €10.000,- en koopt daarmee aandelen voor je portefeuille. En omdat de beurzen stijgen wil je meer rendement maken. Je besluit €10.000,- te lenen bij je broker. De broker leent je deze €10.000,- tegen een bepaalde rente en beschouwt jouw portefeuille met €10.000,- aan aandelen als onderpand.

Geweldig. Nu profiteer je nog eens extra van de stijgende beurzen. Terwijl je zelf €10.000,- eigen geld hebt, kun je toch €20.000,- investeren. Maar het wordt nog beter. Als je portefeuille met €20.000,- aan aandelen na een tijd gestegen is tot een waarde van laten we zeggen €30.000, kun je nogmaals aankloppen bij de broker en om extra effectenkrediet vragen. Opnieuw zal je broker niet moeilijk doen, omdat je portefeuille tenslotte in waarde is gestegen. Ook dit geld kun je investeren en zo je rendement maximaliseren. Je belegt op deze manier met een hefboom(leverage), waardoor het mogelijk wordt met weinig eigen geld toch veel te verdienen.

Zolang de beurzen stijgen en de muziek speelt is er niks aan de hand.

Maar wat gebeurt er als de beurzen dalen?

We gaan even terug naar de portefeuille van €20.000,- met €10.000,- eigen geld en €10.000,- effectenkrediet.

Als de aandelen 10% in waarde dalen is de waarde van de portefeuille €18.000,-. De broker ziet dat je onderpand in waarde is gedaald en geeft je een margin call. Dat wil zeggen dat ze je vragen om het onderpand te verhogen. Maar je hebt op dat moment geen geld, dus wat kun je doen? Je bent genoodzaakt een deel van je aandelen te verkopen. Als je de enige bent die moet verkopen is dat niet zo’n probleem. Maar wat als beurzen zakken in een markt met veel margin debt? Velen ontvangen dan een margin call en moeten hun posities verkopen. Je voelt het al aankomen. Dalende beurzen en veel beleggers die moeten verkopen werkt als olie op het vuur. Hierdoor zullen beurzen nog verder dalen, wat tot nog meer margin calls leidt, enzovoorts.

Conclusie: Als er sprake is van veel margin debt wordt het systeem onstabiel. Een kleine beurscorrectie kan de trigger zijn voor een ketting aan margin calls, met een enorme beursdaling tot gevolg.

Margin en opties

In de bestedingsruimte zien we dus een extra element en dat is de margin van opties. Daarvoor moeten we dus weten wat een optie is en hoe de margin berekend wordt. Margin verplichtingen hebben een negatieve invloed op effectenkredieten.

Een optie is een standaard contract met een vaste onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel), vaste looptijd (bijvoorbeeld derde vrijdag van oktober) en een vaste uitoefenprijs.

Prijsbepalende factoren bij opties

Er zijn zes verschillende factoren die de prijs van een optie bepalen:

  1. Koers van de onderliggende waarde
  2. Uitoefenprijs van de optie
  3. Looptijd
  4. Beweeglijkheid (volatiliteit) van de onderliggende waarde
  5. Dividend van de onderliggende waarde
  6. Rente

Implied volatility van een optie:

De implied volatility van een optie is de in de marktprijs van die optie verwerkte verwachte toekomstige volatility (beweeglijkheid) van de onderliggende waarde. De implied volatility is dus de door de markt verwachte beweeglijkheid van de onderliggende waarde gedurende de resterende looptijd van de optie.

Een optieprijs is gebaseerd op een aantal factoren (koers van de onderliggende waarde, uitoefenprijs van de optie, looptijd van de optie, rentestand, dividend en verwachte volatility van de onderliggende waarde). Op de verwachte volatility van het aandeel na, staan deze factoren op een gegeven moment in meer of mindere mate vast. Op het moment dat de koers van de optie ook bekend is, kan de implied volatility afgeleid worden. Wijzigingen in de implied volatility kunnen een heel groot effect hebben op de optieprijzen.

De implied volatility is daarom een zeer belangrijke variabele in de optiehandel en daarmee ook in de berekening van de bestedingsruimte.

Opties schrijven

Heb je een optie geschreven? Dan loop je het risico dat je tijdens de uitoefenperiode de onderliggende waarde moet leveren of afnemen. Als je een calloptie schrijft, loop je het risico dat je tijdens de uitoefenperiode de onderliggende waarde moet leveren onder de marktprijs. Als je een putoptie schrijft, loopt je het risico dat je tijdens de uitoefenperiode de onderliggende waarde moet afnemen boven de marktprijs.

Een geschreven optie houdt in dat je een verplichting hebt om een bepaald aantal onderliggende waarden te kopen of te verkopen. Om er zeker van te zijn dat je die verplichting kunt nakomen, verlangt de bank dat je zekerheid aanhoudt. Deze zekerheid noemen we de margin of marginverplichting. Je moet de margin aanhouden zolang de geschreven optie op je beleggingsrekening staat.

De dekking voor de margin die je moet aanhouden, kan bestaan uit:

  • Het geld op je betaalrekening;
  • Plus: de dekkingswaarde van je beleggingen;
  • Plus: het beschikbare krediet op je betaalrekening (als je een krediet hebt);
  • Min: het geld dat de bank heeft geblokkeerd op je betaalrekening.

 

Dekkingswaarde

De bank kent aan bepaalde beleggingsproducten een dekkingswaarde toe. Deze dekkingswaarde is afhankelijk van de beurs- of handelswaarde van een beleggingsproduct. Hierdoor verandert je dekkingswaarde bijna dagelijks.

Ongedekt schrijven:

Schrijf je een calloptie zonder dat je de onderliggende waarde op je beleggingsrekening hebt ? Dan noemen we dat een ongedekt geschreven optie. Je moet namelijk de onderliggende waarde leveren (verkopen) als je geschreven calloptie tijdens de uitoefenperiode wordt aangewezen door de optiebeurs. Omdat je de onderliggende waarde niet hebt, moet je deze eerst kopen op de beurs tegen een vaak veel hogere prijs dan waarvoor je de onderliggende waarde hebt moeten leveren (de uitoefenprijs).

Een geschreven putoptie is altijd ongedekt. Ook al heb je de onderliggende waarde op je beleggingsrekening. Je moet namelijk de onderliggende waarde afnemen (kopen) als je geschreven putoptie tijdens de uitoefenperiode wordt aangewezen door de optiebeurs. En dat is vaak tegen een veel hogere prijs (de uitoefenprijs) dan de prijs die je op dat moment op de beurs zou moeten betalen.

Calls berekening

Voor opties tot een expiratieprijs van 175% van de koers van de onderliggende waarde:

Margin = {optiepremie + volatiliteitspercentage (2 x koers onderliggende waarde – expiratieprijs)}*contractgrootte.

Voorbeeld:

Stel, je schrijft één optie call AEX dec 360 voor € 6,60 bij een AEX-koers van 313. En het volatiliteitspercentage voor de AEX is op dat moment 10%. Dan is de berekening van de margin als volgt:

Margin = {6,60+10% x (2 x 313 -/- 360)} x 100 = € 3.320,- per optiecontract.

Ligt de expiratieprijs boven de 175% van de koers van de onderliggende waarde? Dan wordt de marginplicht ongeveer gelijk aan de marginplicht op een vergelijkbare optieserie met een expiratieprijs van 175% van de koers.

Puts berekening

Voor opties tot een expiratieprijs van 62,5% van de koers van de onderliggende waarde:

Margin= {optiepremie + volatiliteitspercentage (2 x expiratieprijs – koers onderliggende waarde)}* contractgrootte.

Voorbeeld:

Stel, je schrijft één optie put AEX dec 200 voor € 2,90 bij een AEX-koers van 313. En het volatiliteitspercentage voor de AEX is op dat moment 10%. Dan is de berekening van de margin als volgt:

Margin = {2,90+10%*(2 * 200 -/- 313)}*100 = € 1.160,- per optiecontract.

Ligt de expiratieprijs onder de 62,5% van de koers van de onderliggende waarde? Dan wordt de marginplicht ongeveer gelijk aan de marginplicht van een vergelijkbare optieserie met een expiratieprijs van 62,5% van de koers van de onderliggende waarde.

Het volatiliteitspercentage is geen vast percentage, maar kan per dag veranderen. Dit hangt af van de marktomstandigheden.

Berekening dekkingsverplichting met de Margin formule

MARGINFORMULE  VOOR  CALL OPTIES:

M = P + %( 2S – E)

MARGINFORMULE  VOOR  PUT OPTIES:

M = P + %( 2E – S)( 2E – S)

waarbij (tussen haakjes beginnend met rekenen) geldt dat:

S       =   huidige beurskoers van de onderliggende waarde,

E       =   uitoefenprijs van de optie,

%      =   het dekkingspercentage

Dit kan per onderliggende waarde verschillend zijn. Het geeft aan in hoeverre verwacht mag worden dat het betreffende fonds (historisch gezien) een sterke fluctuatie in de nabije toekomst heeft. Vroeger werd dit dekkingspercentage door de effectenbeurs vastgesteld. Tegenwoordig zijn banken vrij in het bepalen van het percentage. Door de concurrentie wijken de door de banken gehanteerde dekkingspercentages echter weinig van elkaar af. Elke maand stellen banken hun dekkingspercentages opnieuw vast. Het dekkingspercentage hangt nauw samen met de volatiliteit van de onderliggende waarde. Indien de aandelenkoers of de index in voorgaande maanden geen grote schommelingen vertoonde, zal het dekkingspercentage relatief laag zijn. Voor volatiele aandelen geldt een relatief hoog dekkingspercentage.

P       =   de laatste notering van de optiepremie,

M      =   de uitkomst: het margin bedrag per eenheid onderliggende waarde. Voor één optie moet deze uitkomst dus met honderd vermenigvuldigd worden.

VOORBEELD:

Je hebt enkele weken geleden drie call opties oktober 2007 AEX 440 geschreven op een premie van € 3,50. Vandaag wil je weten wat de margin-verplichting hiervoor moet zijn. Je kunt natuurlijk je bank bellen, maar je kunt het ook zelf berekenen. De premie vandaag is € 3,20. De huidige koers van de AEX is 416,89

M = P + %(2S – E)

M = 3,20 + 15(2 x 416,89 – 440)

M = 3,20 + 15(833,78 – 440)

M = 3,20 + 15(393,78)

M = 3,20 + 5906,70

M = 5909,90 per optie     Voor 3 opties: 3 x € 5.909,90 = € 17.729,70

Via deze excell-sheet kun je eenvoudig het dekkingspercentage berekenen.

2008 als extreem voorbeeld

In de kredietcrisis kregen we te maken met aandelen die altijd solide waren, goede ratings hadden en in bijna elke beleggingsportefeuille aanwezig waren, maar toen opeens niet meer als onderpand geaccepteerd werden. De standaard bevoorschottingsnormen waren dus eerst goed en lagen op normale waarden. Dit sloeg echter van het ene op het andere moment om. Bevoorschottingswaarden daalden en dekkingspercentages voor geschreven opties stegen flink (o.a. stijging volatility).

Door het extreem stijgen van dekkingspercentages bij de berekening van geschreven opties, stijgt de margin verplichting aanzienlijk en deze heeft een aanzienlijke negatieve invloed op de bestedingsruimte en het eventuele effectenkrediet.

Veel beleggers ontvingen een margin call en moesten bijstorten of hun posities verkopen. Dit had dalende beurzen en dus lagere koersen tot gevolg en het grote aantal beleggers dat moest verkopen maakte de situatie er niet beter op. Als er sprake is van veel margin debt (schuld) dan wordt het systeem onstabiel. Een correctie zoals in 2008 is dan het gevolg.

artrich

 

Kort maar krachtig: “beleg alleen met geld dat je echt kan missen. Beleggen met geleend geld kan je ernstig in de financiële problemen brengen.” (quote van beginnenmetbeleggen.nl)